Archief

BEESTENSOEP - Deze maand in Anneke's Veracolumn Hut Spot een fijne horror-aflevering van de miniserie Glorious Bastards: op zoek naar de monsters uit de prille jeugd. Anneke was het allerbangst voor de wolf van Roodkapje in grootmoedervermomming. Daarna volgden alras Dr. Jeckyll & Mr Hyde, Graaf Dracula en Werewolf. Wat is dat met die gasten met twee gezichten? Ondergetekende zoekt het uit. Tot op de bodem.
* * *
GLORIOUS BASTARDS IV: BEETLEJUICE
Een van de meest gruwelijke en hilarische horrorscenes komt uit Evil Dead 2. Met een kettingzaag ontdoet hoofdpersonage Ash (Bruce Campbell) zich van zijn hand, die is een eigen leven is gaan leiden en er alles aan doet om het lichaam waaraan hij vastzit om zeep te helpen. Who's laughing now?, brult Ash als hij onder wild gespetter met bietensap de zaag in zijn arm zet. De kijker, in elk geval. En de afgehakte hand ook. Die leeft gewoon verder.
Horror. Het hoeft niet echt te kunnen, het hoeft niet eens echt te lijken om je de stuipen op het lijf te jagen. Als het maar inspeelt op je diepste angsten. Op een vaag, vormeloos idee van het onoverwinnelijke Kwaad dat sterker is dan alle beschermengelen bij elkaar, en dat altijd en overal op de loer ligt. Maar ook op allerlei specifieke en hoogstpersoonlijke angsten en obsessies. Spinnen, afgronden, mensenmassa's, het donker. Vreselijk! En lekker. Want terwijl je je nagels een voor een afbijt en daarnaa, vooruit, aan het kussen begint, blijf je stug verder kijken, koortsachtig pagina's omslaan bij het licht van je nachtlamp. Rare ziekte, die fascinatie met het allerergste. Maar ook universeel, getuige de kijkcijfers van Psycho en Scream, de manshoge stapels thrillers bij de ingang van elke boekhandel. Zal dus wel een functie hebben die opvoedkundigen nog niet hebben begrepen. Horror, de bloedrode motor.
Mijn favoriete, want meest gevreesde thema binnen het genre is dat van de man met twee gezichten – het een menselijk, het ander beestachtig. Of het nu om een weerwolf gaat of om een vampier, om Dorian Gray of Mr. Hyde, als er van gedaante verwisseld wordt zit ik me heerlijk op te vreten. Ik denk dat het begon met Roodkapje, en dan in het bijzonder die scène waarin zij de wolf voor haar grootmoeder aanziet. Wat heeft u een grote tanden, grootmoeder. Mijn vader las het ons vroeger voor en hoewel ik me niet precies herinner hoe dat klonk, met zonder stemmetjes enzo, moet hij een bloedstollende interpretatie van de wolf hebben neergezet. Ik droomde heel mijn jeugd en tot diep in mijn tienerjaren van roedels wolven die me achtervolgden in het Kruisbergse Bos. En in het washok, zo vertelde ik mijn vriendjes op fluistertoon om ze goed in hun broek te laten pissen als ze in het donker naar huis moesten lopen, woonde een opgezette grijze wolf met rode oogjes die begonnen te gloeien als je te dicht in zijn buurt kwam.
Later, zo gaat dat als je begint te begrijpen waar die sprookjes helemaal over gaan, kregen de wolven in mijn dromen menselijke trekjes. Een jongen uit mijn klas die tijdens een concert de hoed van Michael Jackson had gevangen vertelde me over zombies en weerwolven. Teveel naar de clip van Thriller gekeken, zeker. Ik vrat het als zoete koek. De geschiedenisleraar die over de Minotaurus vertelde veranderde voor mijn ogen in een briesende stier, en als de maan rond aan de hemel stond voelde ik aan mijn hoektanden. Zie je wel. Alarmerend gegroeid.
Personages die van gedaante verwisselen zijn onbetrouwbaar. Je weet nooit met welke kant van het koekje je nu weer te maken hebt. Is het licht of donker, de mens of het monster? Een film die knap met die onzekerheid speelt is Mary Reilly (1996) waarin regisseur Stephen Fry het Dr. Jeckyll & Mr. Hyde-verhaal belicht vanuit het perspectief van de huishoudster van Dr. Jeckyll. Mary (Julia Roberts) is gebiologeerd door haar meester (John Malkovitch) en vice versa. De twee delen iets wat Mary, die nogal een rotjeugd heeft gehad, ergens omschrijft als a dark space in me. Met dat verschil dat Jeckyll door zijn gemorrel aan de codes van goed en kwaad geen enkele controle meer heeft over zijn duistere kant. Sterker nog, de hitsige, moordlustige Hyde neemt de bedeesde Jeckyll steeds vaker over.
Fry's oplossing voor het hele gedoe met de gedaanteverwisselingen die eerdere verfilmingen van het verhaal wat flauw dreigden te maken is simpel doch effectief; d'r komen geen special effects aan te pas. Het is het monsterlijke acteertalent van Malkovitch, die er als Jackyll (grijs, sikje) ouder en gereserveerder uitziet dan Hyde (woest golvende manen), dat je doet geloven dat er werkelijk twee verschillende geesten in een lichaam wonen. De een is heimelijk verliefd op de huishoudster, de ander fluistert smerige dingen in haar oor en steekt op de koop toe zijn tong nog even naar binnen. Pretty woman was nog nooit zo ver weg. Een vale, muizige Julia Roberts doet haar ogen dicht en bezwijkt.
Duister en heerlijk melodramatisch is ook de slotscène waarin Hyde zichzelf en Dr. Jeckyll vergiftigt om Mary uit haar slavernij te bevrijden: I always knew you'd be the death of us. Fry was zo vrij een snufje Bram Stoker toe aan het verhaal van Robert Louis Stevenson (1886) toe te voegen. Wie was dat ook weer, die alle vrouwen kon bijten behalve een? O ja, graaf Dracula. En daar gaan we weer: Only love can kill the demon. Maar waar de dode Dracula in Coppola's verfilming van Bram Stoker weer mooi en jong wordt, verandert Dr. Jeckyll na zijn dood weer in Hyde. Met een gemene, onuitwisbare grijns om zijn lippen. Geintje van de duivel. Denk maar niet dat je me te slim af bent, sterveling.
Weerwolven en vampieren hebben iets zieligs. Ze weten dat ze fout zijn, maar ze kunnen het niet helpen. Ze zijn overgenomen door het kwaad, gedoemd om in het duister te leven. Op bijna niks. Nou ja, op bloed dan. Bietensap.
VERAKRANT #24
SLUITEN >>