07.06.2010

GRIMLACHJES - In de Verakrant van deze maand de eerste aflevering van een nieuwe serie columns waarin Anneke verschillende soorten humor onderzoekt: I feel forever. Waarom ben je in Nederland een loser als je op een feestje moppen vertelt, terwijl een Afrikaner zich er niet in het minst voor schaamt. En wat is er eigenlijk grappig aan een running gag.

I FEEL FOREVER I - Moppen tappen is not done in intellectueel Nederland. Het staat niet sjiek. Laatst was ik onder Suidafrikaners, ze hadden allemaal de universiteit afgerond of deden iets anders sjieks in de artistiekerige zin, en die lustten er wel pap van, moppen tappen. Liggen twee jongens naast elkaar op de ziekenzaal, vraagt de een aan de ander: waarom lig jij hier? Mijn amandelen moeten eruit, antwoordt de ander. O, dat stelt niks voor, zegt de eerste. Doet even pijn, maar is zó weer over. Nee, wat mij overkwam bij mn geboorte: ze knipten mn navelstreng door. Ik kon twee jaar niet lopen en praten! Ze zaten dr allemaal hartelijk bij te dijenkletsen, de Suidafrikaners. Geen spoor van schaamte te bekennen.

Ik vroeg me af of die lui die geërgerd wegkijken op feestjes als, bij gebrek aan betere conversatie, de moppen uit de kast komen en die luid verkondigen dat ze niet van humor houden misschien stiekem 's avonds nog een paar Amerikaanse comedies downloaden. Of in de file, als ze denken dat niemand ze in de gaten heeft, een ouwe Urbanus over de joufoon laten schallen.

Wat zogenaamd wèl goed staat, is zeggen dat je van Britse humor houdt - whatever that may be. Aan Britse moppen kun je je schijnbaar geen buil vallen. Ze zijn eendimensionaal en als het even kan zo lomp mogelijk. Er moeten oma's en nonnen uit de kleren, ministers gekielhaald en Christussen ontheiligd. Monty Python, das war einmal. Maar nu hebben we Matt Lucas en David Williams, alias Little Britain. Met verongelijkte relnicht Daffid, 'yeah but, no but' Vicky Pollard en Florence en Emily (I'm a lady!). Toegegeven, ik lig er regelmatig om in een stuip. Maar in feite is dit nieuwe kijkcijferkanon eens te meer gebaseerd op de running gag – misschien wel Engelands best verkopende exportproduct.

Het recept is eenvoudig: in elke aflevering laat je dezelfde personages nagenoeg dezelfde dingen zeggen, en vooral ook dezelfde fouten begaan. Asterix die tegen Obelix zegt: we zijn gezonken omdat jij te zwaar was voor de boot, dikzak. En Obelix die rood aangelopen terugbrult: Ik ben niet dik, ik ben volslank!!! De serie Allo, allo waar mijn vader het gezin mee terroriseerde is het schoolvoorbeeld van de running gag. Als je twee afleveringen hebt gezien, voel je elke grap van mijlenver aankomen. Het is humor om bij achteruit te leunen. Good meuning. Liesten very kèrfoelly, for I vil say zis only once.

Een andere reden dat Britse humor het goed doet in Nederland is dat ie vaak ironisch van toon is. En wat is er hipper dan ironie – zie bij Maarten van Rossum, zie ook bij Jan Mulder. Wie niet meesmuilt maar oprecht lacht, probeert zeker grappig te zijn. Verdacht. Lachen ten koste van anderen, het is onze favoriete hobby. We aanbidden cabaretiers die hele bevolkingsgroepen diskwalificeren, biermerken uit de markt lullen en uitblinken in het imiteren van politici en popsterren. Stel je voor dat je iets zelf verzint (ironieteken).

Een paar jaar terug ontdekte ik de korte verhalen en de toneelstukken van Daniil Charms, gebundeld in het vuistdikke Ik zat op het dak. Charms (Daniil Ivanovitsj Joevatsjov, 1905 – 1942), hij leidde een kort en hongerig bestaan dat zich grotendeels afspeelde onder het Stalinistische bewind, staat tegenwoordig bekend als de chef van de Russische absurdistische school, en als je dit boek openslaat begrijp je al snel waarom. Realisme en baarlijke nonsens buitelen in zijn werk over elkaar heen, zodat je als lezer al snel geen idee meer hebt wat je wel en niet serieus moet nemen. Of je nu op je linker of op je rechter been leunt, het is altijd het verkeerde.

De basisprincipes voor zijn absurdistische geschriften heeft Charms neergelegd in een paar korte manifesten, eveneens in de bundel opgenomen. Wat gewoonlijk staat, valt bij Charms; wat op de grond ligt, gaat staan. Het grote wordt klein, het kleine groot. Zo is er het ultrakorte toneelstuk Gogol en Poesjkin, gespeeld door slechts twee acteurs die, jawel, Gogol en Poesjkin voorstellen. Het hele stuk door doen ze niets anders dan over elkaar struikelen. – Godverdomme, alweer over Gogol! – Nee hè, niet wéér over Poesjkin! Doodeenvoudig, maar het gaat wel ergens over. Het is om te lachen èn om te huilen. Zo tackel je een BN'er, jongens en meisjes Vliegende Panters.


VERAKRANT #28


   SLUITEN >>