Archief

ALLE EERLIJKE MENSEN - Julimaand, tijd voor een nieuwe Hut Spot. Anneke exploreert de outsidershumor van Venedikt Jerofejev en Knut Hamsun. Beide schrijvers bestreden de tekortkomingen van vadertje Staat met grappen die er niet om logen -From out of my debts, I laugh at you- en werden erom verguisd en vereerd.
* * *
IK BEN NOG MINDER DAN EEN HOND - Stel, je hebt al dagen niet goed gegeten. Je contract is een ander woord voor verkapte werkloosheid, je loon een pesterig lichtpuntje aan een horizon. Wat doe je?
Het op een zuipen zetten, wat anders. Alcohol was in het Rusland van Stalin en Lenin goedkoper dan vlees, zo valt te lezen in Moskou op sterk water van enfant terrible Venedikt Vasiljevitsj Jerofejev (1938-1990). Jerofejev, die er zelf ook bepaald niet in spuugde, wist waarover hij het had. Hij werd van de Moskouse Universiteit getrapt toen het bestuur hem ontmaskerde als aanvoerder van een activistische studentenvereniging. Daarna kwam hij alleen nog als stoker en monteur aan de bak.
Het mag geen wonder heten dat vertalingen van Jerofejevs werk (Russische miniaturen, Uitgeverij Van Oorschot) eerder verschenen dan zijn Russische debuut; zijn beschrijving van de arbeidsmoraal onder het Sovjetsysteem is ronduit dodelijk. In Moskou op sterk water drinkt iedereen alsof zijn leven er vanaf hangt. Wodka, wijn, bier, spiritus, reukwater, politoer, als er maar alcohol of andere verdunnigsmiddelen in zitten. Het is alsof de Russen zichzelf willen oplossen. En dat is volgens Jerofejev ook de enige uitweg: Alle eerlijke mensen van Rusland! En waarom dronken ze! Ze dronken omdat ze eerlijk waren! Omdat ze niet in staat waren het lot van het volk te verzachten.
Altijd in de positie van de underdog, want eerst onder de duim gehouden door hooghartige tsaren, later door hooghartige communisten en mafiosi, maar hoe dan ook hongerig en machteloos, lacht een Rus als een boer met kiespijn; omdat-ie toch ergens om lachen moet.
Ik moest met enige regelmaat aan Jerofejev denken toen ik de roman Honger las, van de uit de gratie geraakte Noor Knut Hamsun. Hamsuns hoofdpersoon lijdt aan een soortgelijk escapisme, al wordt zijn roes niet door alcohol veroorzaakt. De zonderling is zelfbenoemd schrijver, hoewel hij geen zijn artikelen aan de straatstenen niet kwijtraakt. Zo raakt hij in een bizarre neerwaartse spiraal verzeild. Omdat hij hongerig is, kan hij niet schrijven. En omdat hij niet schrijft, blijft hij hongerig.
De halsstarrigheid waarmee de man desondanks vasthoudt aan zijn plan is hilarisch, maar vooral ook moeilijk te begrijpen. Nog liever verkoopt hij zijn broeksknopen aan een pandjesbaas om de huur te kunnen betalen dan een baantje als klerk of secretaris te zoeken. Een lening van een oude bekende wijst hij met opgeheven hoofd af. Hoe durft-ie! Parvenu.
Zo kun je je schaamte natuurlijk ook oplossen: gewoon hondertachtig graden omdraaien, dan heb je trots. Hoewel je de schrijver niet met zijn hoofdpersonage mag vereenzelvigen, valt hier een d zonder enige opleiding de er een eigenaardig soort superioriteitsgevoel op nahield ten opzichte van lui met een doorsnee beroep. 'Schrijver' vond hij deftiger klinken. Niet geheel onterecht, want het leverde hem in 1920, tsjak! de Nobelprijs voor de Literatuur op. Hamsun liep met de beker weg en verklaarde zich tot afgrijzen van de jury en duizenden toegewijde lezers in WOII doodleuk pro-Hitler. Als je Honger leest met die voorkennis begrijp je wat hem aansprak in het nazistische gedachtengoed. De levenslust, het superioriteitsgevoel, het Voorwaartsch, jongens en meisjes van het Noorsche volk-gevoel. Tegen de klippen op, mars. En de underdog grijnsde zijn gele tand bloot.
VERAKRANT #
SLUITEN >>